Ontwikkeling in Nederland

tekst Annemie Hermans


In Nederland ontstonden rond 1900 de eerste orkesten.De instrumenten waren relatief goedkoop en vooral vanuit de toen opkomende arbeidersjeugdverenigingen was er grote belangstelling voor het samenspelen met mandoline en gitaar.  

Door het spelen van salonorkest-muziek en bewerkingen van het toentertijd gangbare symfonische repertoire probeerde men aansluiting te vinden bij de klassieke muziek .de reden hiervoor was dat er in die tijd nog geen goede opnames te beluisteren waren via grammofoonplaat of radio en concertbezoek een voorrecht was voor de hoge bevolkingsklasse. Het mandoline-orkest werd daardoor het "symfonie-orkest van de kleine man”. Men ging het orkest ook uitbreiden met instrumenten als mandoloncello,mandolone en contrabas.  

Een grote rol in de ontwikkeling van nieuw repertoire heeft  Joh.B.Kok (1889-1954) gespeeld. Hij componeerde meer dan 200 werken voor mandoline-orkest en schreef een methode voor mandoline. Zijn werken vonden aftrek in binnen-en buitenland (zelfs tot in Japan). Andere Nederlandse componisten die veel voor mandoline-orkest componeerden zijn o.a: Bram Kwist, Carlo Malizia, Frans van Norden, Ernst Willem Frederik Gest Jr., Cor Noordzij, Dick de Jong, H Smits Jr., Roelof Wassenaar.
Doordat er steeds betere scholing van spelers plaatsvond, werd het niveau van de orkesten beter en kwamen er ook steeds meer composities voor mandoline-orkest. Composities die vooral romantisch en folkloristisch van karakter waren.  

In 1947 werd het Nederlands Verbond van Mandoline Orkesten opgericht.  

In de jaren 1960-1970 stond de ontwikkeling in Nederland stil en maakten minder mensen deel uit van mandoline-orkesten, echter sinds de zeventiger jaren groeide het aantal bij het NVvMO aangesloten orkesten tot rond de 50. Momenteel zijn 42 orkesten lid.

                                                                                     

    ->   Huidige situatie